Home Inloggen

Zwaard-en-beukelaar volgens I.33

Moderators: Administrators Lezers: Gasten

Nieuw topic Antwoorden
 


Zwaard-en-beukelaar volgens I.33
door Gregal Vissers

Manuscript I.33, ook bekend als het Tower of Walpurgis Fechtbuch, is het vroegst gedateerde manuscript uit de middeleeuws Europese krijgskunsttraditie en behandelt in tweeëndertig, dubbelzijdig beschreven en geïllustreerde bladzijden een systeem van zwaard- en-beukelaartechnieken. _________________________________________________________________________________


Fig. 1 - Enkele voorbeelden van basisposities uit RA MS I.33.
Van links naar rechts: een Vom Tag, een Nebenhut en een Pflug.

De technieken worden op de afbeeldingen uitgevoerd door een priester en zijn pupil, met uitzondering van de laatste twee bladzijden waarop de priester tegen de vrouw Walpurgis vecht. Hoewel er nog discussie bestaat over de correcte datering, wordt algemeen aangenomen dat het manuscript tussen 1290 en 1350 geschreven is en oorspronkelijk in Duitsland is opgetekend. Het voornaamste bewijs voor dat laatste ziet men in het gebruik van Duitse techniekspecifieke terminologie in de verder Latijnse tekst. De auteur van de tekst is niet bekend, maar over het algemeen wordt aangenomen dat Liutger degene (dat wil zeggen: de priester) is die de technieken onderwijst, aangezien de naam Lutegerus op de tweede bladzijde verschijnt. In dat licht wordt er soms ook gesproken van het Lutegerus Fechtbuch of manuscript en wordt door sommigen (hoewel onbewezen) Liutger als de auteur beschouwd.

Tegenwoordig wordt het manuscript door de Royal Armouries in Leeds bewaart en is zoals zoveel manuscripten niet zomaar toegankelijk voor iedereen, maar er bestaan makkelijker bereikbaar transcripties en vertalingen (bijvoorbeeld Bachmann 2003) alsmede zeer toegankelijke interpretaties (bijvoorbeeld Hand & Wagner 2003). In dit artikel zal verder gekeken worden naar de fundamentele eigenschappen van het systeem van RA MS I.33 en de toepassingsomgeving van de technieken daaruit.

Eigenschappen van het systeem
De auteur stelt aan het begin van het werk dat ‘in het algemeen alle vechters, of alle mensen die een zwaard in de hand houden, zelfs zij die onwetend zijn van de kunst van het vechten, deze zeven posities aannemen’, daarmee doelend op de zeven basisposities: Unterarm, Rechte Schulter, Linker Schulter, Vom Tag, Pflug, Nebenhut en Langort (zie Fig. 1 voor enkele voorbeelden). Zoals de namen al doen vermoeden, vertonen de laatste vier posities zekere gelijkenissen met uit de Liechtenauer-traditie bekende basisposities die onder dezelfde naam bekend staan.

Het eerste fundamentele concept van I.33 is dat van custodia en obsessio, ‘ward’ en ‘counter(ward)’. Een obsessio staat tegenover een custodia en geeft allereerst een zekere verdediging tegen de voor de hand liggende aanval vanuit die custodia, maar tegelijkertijd ook een uitstekende uitgangspositie om iemand die in die specifieke custodia blijft hangen direct aan te vallen. De beschrijving van de technieken in het manuscript gaat veelal in de vorm van reactie op een actie, reactie op die reactie, reactie op de reactie op die reactie, enzovoorts. Desondanks valt heel veel van het systeem uiteindelijk te reduceren tot vier situaties: een overbinding of onderbinding, rechts of links, met daaruit volgende (logische) vervolgstappen. Dit betekent echter niet dat het systeem simpel of simplistisch is. Afhankelijk van de positie van de tegenstander zijn of haar beukelaar en zwaard ten opzichte van elkaar is de ene of de andere reactie geschikter en dus, om een voorbeeld te nemen, niet alle rechter overbindingen zijn hetzelfde. Verder is kennis van de technieken onontbeerlijk om te weten hoe sequenties van actie en reactie tot een bepaalde binding kunnen leiden en, waarschijnlijk belangrijker nog, hoe een bepaalde binding bij de tegenstander geforceerd kan worden.

Een ander essentieel kenmerk van zwaard-en-beukelaar volgens I.33 is de vrijwel continue bescherming van de zwaardhand en –arm met de beukelaar: zwaard en beukelaar worden pas gescheiden wanneer de tegenstander zodanig geïmmobiliseerd is dat deze niet onverhoeds een aanval op de dan onbeschermde zwaardarm kan uitvoeren (vergelijk Fig. 2). Deze onafscheidelijke samenwerking tussen zwaard en beukelaar is uniek voor I.33 en zorgt voor een typerende vechtstijl ten opzichte van de latere, “vrijere” beschrijvingen van zwaard-en-beukelaartechnieken (door bijvoorbeeld Andres Lignitzer of Hans Talhoffer), waarbij zwaard en beukelaar veel vaker veel sneller gescheiden worden (gehouden).


Fig. 2 - De pupil (links) voert een zogenaamde Schiltschlac uit op de
priester (rechts), waarbij de beukelaar gebruikt wordt om de priester te immobiliseren
en het zwaard van de pupil in alle veiligheid gescheiden kan worden van de beukelaar.
Figuur uit RA MS I.33, folio 2 verso (onder).

De voorwaarde dat zwaard en beukelaar in I.33 zo onafscheidelijk dienen te bewegen, wordt soms als een beperking van het systeem gezien, omdat de verder gevorderde technieken uitgaan van de vooronderstelling dat de tegenstander zwaard en beukelaar ook zo hanteert. Vooral technieken als de Schiltschlacen verscheidene 'grapples' zijn het effectiefst in het geval dat de tegenstander zwaard en beukelaar bij elkaar heeft of houdt, maar dit wil niet per se zeggen alles uit I.33 onbruikbaar wordt in een confrontatie met iemand die niet volgens I.33 vecht. Hoewel ik niet bekend ben met het bestaan of de resultaten van dergelijke experimenten, valt het te betwijfelen of een I.33-getrainde zwaardvechter in dat geval volledig machteloos zou staan. Zoals eerder beschreven is de bescherming van de zwaardarm door middel van de beukelaar essentieel in I.33 en het is dan ook niet vergezocht om te veronderstellen dat het gebrek van deze bescherming bij de tegenstander als één van de eerst opvallende en uitbuitbare punten zal worden gezien.

Toepassingsomgeving
Over de toepassingsomgeving van de technieken beschreven in I.33 (dat wil zeggen, de situatie waarin de toepassing van die technieken plaatsvond) bestaat enige onzekerheid, als het niet onenigheid is, voornamelijk omdat daarover in het manuscript zelf niets geschreven staat.De afgebeelde figuren zijn, zoals eerder aangegeven, die van een priester en zijn pupil, en dit heeft tenminste twee verschillende interpretaties leven ingeblazen.

Volgens de eerste opvatting biedt het manuscript een voorstelling van de werkelijkheid. Het niet-martiale karakter van de afbeeldingen leidt tot het beeld dat I.33 een vechtsport beschrijft en technieken levert waarmee burgers zichzelf in uiterste nood kunnen verdedigen, eerder dan dat het een volwaardige krijgskunst is waarvan ook soldaten zich zouden kunnen bedienen. Het gebrek aan bloederige taferelen als uitkomst van een succesvol uitgevoerde techniek, die zo veelvuldig in andere manuscripten voorkomen (vergelijk Fig. 3), is kenmerkend voor de afbeeldingen in I.33 en wordt in dat kader dan ook als argument aangedragen. Volgens Wagner & Hand (2003) bevestigt onderzoek van zwaard-en-beukelaarafbeeldingen die in vergelijkbare stijl rond dezelfde tijd zijn gemaakt, door de voornamelijk in burgerkleding gestoken figuren, het idee dat I.33 meer gezien moet worden als een zelfverdedigingskunst voor burgers.


Fig. 3 - Bloederige taferelen in Talhoffer.
Figuur uit Hans Talhoffer's Fechtbuch (1467), tafel 239.

Daarentegen laat de tweede, meer allegorische interpretatie ruimte voor een breder beeld. Aangezien de priester en zijn leerling de leermeester en de leerling symboliseren, hoeven de bewegingen niet bedoeld te zijn als sportveilige technieken, maar kunnen heel goed dodelijk effectieve handelingen voorstellen. Het manuscript getuigt zelf al hiervan door verwijzingen naar slagen en steken naar het hoofd en het bovenlichaam, zowel in beeld als in schrift. In de bredere zin van de algehele zwaard-en-beukelaartraditie zijn er ook meer aanwijzingen voor de allegorische dan voor de letterlijke interpretatie te vinden. In een groot aantal, zowel schriftelijke als visuele bronnen, wordt het gebruik van zwaard-en-beukelaar in oorlogssituaties vermeld (zie Clements 2002 en de verwijzingen daarin). Toegegeven, de technieken zullen minder effectief zijn tegen de beter beschermde tegenstander (dat wil zeggen, iemand met meer dan alleen een tuniek of gambeson over het bovenlichaam aan) en in die zin is het niet onverwacht dat zwaard-en-beukelaar in veldslagen voornamelijk door de lagere, minder goed uitgeruste troepen gebruikt werd, maar er zijn desalniettemin aanwijzingen voor het gebruik van zwaard-en-beukelaar door voetvolk in maliën en zelfs door ridders, al komt dat voor die laatste categorie meer terug bij toernooi- of gerechtelijke gevechten (zie wederom Clements 2002).

Samenvattend…
I.33 is niet alleen interessant omdat het het vroegst bekende, middeleeuws Europese vechtmanuscript is, maar ook omdat het de meest volledige beschrijving van een vechtsysteem voor zwaard-en-beukelaar levert. Latere manuscripten met zwaard-en-beukelaartechnieken verschillen van I.33 zowel in de uitgebreidheid van de beschrijvingen, als in de manier van vechten: waar in I.33 scheiding van zwaard en beukelaar slechts in een beperkt aantal gevallen “toegestaan” wordt, gebeurt dat in de vijftiende-eeuwse manuscripten veel eerder. Over de toepassingsomgeving is het laatste woord waarschijnlijk nog niet gesproken en voor beide, in dit artikel beschreven opvattingen valt iets te zeggen. Het is echter wel duidelijk dat verscheidene bronnen wijzen op het gebruik van deze wapencombinatie in gevechtssituaties, door zowel voetvolk als de meer voorname troepen, zowel ten tijde van het schrijven van I.33 als voorafgaand daaraan en daarop volgend. De opvatting dat I.33, maar ook zwaard-en-beukelaar in het algemeen, een vechtstijl levert met weinig praktisch nut buiten de zelfverdediging vindt in dat licht geringe grond in de bronnen; eerder het tegenovergestelde is het geval en dat draagt bij aan de geloofwaardigheid van het systeem uit I.33 als een valide vechtstijl voor serieuze, dertiende-eeuwse gevechten.


Bronvermelding:
- Wagner, Paul & Hand, Steven. Medieval Sword and Shield: The Combat System of Royal Armouries MS I.33. Union City: The Chivalry Bookshelf, 2003.
- Bachmann, Dieter. I.33 transcription and translation. http://www.freywild.ch/i33.html, 2003.
- Jordan, John., A partial, possible interpretation of the I.33 manuscript. http://home.armourarchive.org/members/jester/I33/A_Possible_Interpretation.html
- Clements, John. The Sword & Buckler Tradition. http://www.thearma.com/essays/SwordandBuckler.htm, 2002. _________________________________________________________________________________

  Willeke Laatst gewijzigd: Za, 4 maa '17, 16:42
 
Nieuw topic Antwoorden
 
Bataille 2021